Je bent zzp’er, impactmaker, en je wilt de wereld een stukje beter maken. Dat doe je met tomeloze energie, waarvan je denkt dat die nooit op zal raken.
Maar ja, er kan natuurlijk altijd iets gebeuren waardoor je langdurig langs de kant komt te staan. Een ongeluk, een burn-out, een ziekte.
Hoe zorg je ervoor dat er dan toch brood op de plank komt? Ziek als ZZP’er: dit zijn je opties.
Scenario 1: Je hebt niets geregeld
Langdurig ziek als ZZP’er? Dan valt je inkomen weg, terwijl je huur of hypotheek en je zakelijke kosten gewoon doorlopen. En eten wil je ook nog.
Geen geld in een oude sok en geen partner met een baan? Dan kun je aankloppen bij je gemeente, voor de bijstand of de Bbz.
Met de bijstand geef je in principe je bedrijf op.
Je krijgt een maandelijkse aanvulling tot het sociaal minimum. Sinds 1 juli 2026 is dat € 1.419,46 netto per maand voor een alleenstaande en € 2.027,79 voor een stel samen (inclusief vakantiegeld). Dat geld hoef je niet terug te betalen. Wel moet je in principe op zoek naar betaald werk, maar bij ziekte kan de gemeente je daarvan vrijstellen.
Er gelden strenge voorwaarden:
Je huishouden telt mee. Verdient je partner genoeg, dan krijg je niets.
Eerst je spaargeld. Heb je meer dan € 8.000 (alleenstaand) of € 16.000 (samen), dan moet je dat eerst opmaken. Heb je een koophuis, dan telt ook de overwaarde boven ongeveer € 67.500 mee.
Wil en kun je ondernemer blijven, dan vraag je de Bbz aan (Besluit bijstandverlening zelfstandigen). Die is bedoeld voor ondernemers die tijdelijk te weinig verdienen.
Je kunt twee dingen krijgen:
1. een tijdelijke aanvulling op je inkomen tot het sociaal minimum. Dat is in principe een renteloze lening. Blijkt je inkomen achteraf laag, dan kan (een deel) worden omgezet in een gift.
of 2. bedrijfskapitaal: een lening om je bedrijf overeind te houden, meestal met (kleine) rente.
Ook hier telt het inkomen van je partner mee. Daarnaast gelden extra voorwaarden:
Je bedrijf moet levensvatbaar zijn. De gemeente laat dat vaak onderzoeken, en een aanvraag kan 8 tot 13 weken duren.
Je bent al enige tijd ondernemer (ongeveer anderhalf jaar) en werkt genoeg uren in je bedrijf, meestal minimaal 1225 uur per jaar (ruim 23 uur per week).
NB Heb je genoeg vermogen om bij een bank te lenen, dan heb je geen recht op de Bbz.
De Bbz is bedoeld om je over een dip heen te helpen. Duurt je uitval langer en overleeft je bedrijf het niet, dan kun je Bbz krijgen bij bedrijfsbeëindiging: tijdelijke steun terwijl je je bedrijf afbouwt. Daarna kom je in de gewone bijstand, of, als je 55 jaar of ouder bent, mogelijk in de IOAZ, een regeling voor oudere ondernemers die stoppen.
Informatie over de Bijstand en BBZ per gemeente:
Gemeente Nijmegen: BBZ – Bijstand
Gemeente Wijchen: BBZ – Bijstand
Gemeente Druten: BBZ – Bijstand
Gemeente Heumen: BBZ – Bijstand
Gemeente Berg en Dal: BBZ – Bijstand
Geen vangnet? je bent niet de enige. Volgens onderzoek van Knab heeft 40% van de zzp’ers geen enkel financieel vangnet bij arbeidsongeschiktheid: geen verzekering en geen vermogen om op terug te vallen.
De overheid: we lossen onzekerheid op met een verplichte AOV.
De overheid wil dit soort scenario’s voorkomen en zorgen dat ook zzp’ers een inkomen houden als ze (langdurig) uitvallen. Daarom wordt er al jaren gesproken over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).
Helemaal nieuw is dat niet. Tot 2004 bestond er al een verplichte verzekering voor zelfstandigen, de WAZ. In 2019 spraken het kabinet-Rutte III, werkgevers, vakbonden en twee oppositiepartijen in het Pensioenakkoord af dat er weer een verplichte AOV voor zelfstandigen moest komen. De zelfstandigen zelf zaten daarbij niet aan tafel.
Sindsdien wordt erover gesteggeld. Het eerste plan, uit 2020 (Keuze voor zekerheid van de Stichting van de Arbeid), vond de Belastingdienst onuitvoerbaar. Het wetsvoorstel van 2024 vonden UWV en Belastingdienst te complex. Een aangepast voorstel ging in 2025 naar de Raad van State, die eind dat jaar adviseerde het niet in te dienen zonder verdere aanpassingen. Toch stuurde minister Aartsen (Werk en Participatie) het in maart 2026 naar de Tweede Kamer.
Daar ligt het nu. De Kamer heeft kritische vragen gesteld en wacht op de antwoorden van de minister. Daarna volgen een debat en een stemming in de Tweede Kamer, en vervolgens behandelt ook de Eerste Kamer het voorstel. De verplichte AOV gaat op zijn vroegst in 2030 in.
Dit ligt er nu op tafel (het kan nog veranderen):
– Premie: 5,4% van je winst, maximaal € 171 bruto per maand.
– Uitkering: na twee jaar wachttijd 70% van je inkomen, maximaal het minimumloon, tot je AOW-leeftijd.
– Iedereen wordt geaccepteerd, ook met gezondheidsklachten.
– Heb je zelf al een AOV die aan de eisen voldoet, dan kun je je afmelden (opt-out).
– Ondernemers met een bv vallen er niet onder.
Let op: de verplichte AOV keert alleen uit als je met geen enkel werk meer het minimumloon kunt verdienen. Wie zijn eigen beroep wil verzekeren, heeft daarnaast een eigen AOV nodig.
De meningen zijn verdeeld. ZZP Nederland is tegen. De Stichting van de Arbeid, Vereniging Zelfstandigen Nederland en het Verbond van Verzekeraars steunen het voorstel juist.
Wat zijn nu je opties?
Scenario 2: je sluit zelf een Arbeidsongeschiktheidsverzekering af
Met een AOV van een verzekeraar krijg je een uitkering als je arbeidsongeschikt raakt, vaak tot je AOW-leeftijd. Het is de meest complete bescherming, maar ook de duurste.
Wat kost het?
Gemiddeld € 150 tot € 500 bruto per maand, afhankelijk van je beroep, leeftijd, inkomen en keuzes. Ook de wachttijd maakt veel uit: de tijd tussen je ziekmelding en je eerste uitkering. Hoe langer, hoe goedkoper.
Een indicatie voor iemand van 40 die € 2.000 per maand wil verzekeren: ongeveer € 350 per maand zonder wachttijd, € 200 bij drie maanden en € 140 bij een jaar. Zorg bij een lange wachttijd wel dat je die periode zelf kunt overbruggen, met een buffer of een broodfonds.
De premie is aftrekbaar van de belasting, en de verschillen tussen aanbieders zijn groot. Vergelijken loont dus.
Waar moet je op letten?
De gezondheidscheck. Je vult altijd een gezondheidsverklaring in, en soms volgt een keuring. Klachten die je had of hebt, kunnen worden uitgesloten of leiden tot een hogere premie of een afwijzing. Ook je leefstijl telt mee, bijvoorbeeld je gewicht. Vul alles eerlijk in: verzwijg je iets, dan kan de verzekeraar later weigeren uit te keren (en dan heb je dus voor niets premie betaald).
Wanneer ben je arbeidsongeschikt? Bij beroepsarbeidsongeschiktheid krijg je een uitkering als je je eigen werk niet meer kunt doen. Bij passende arbeid kijkt de verzekeraar of je nog ander werk kunt doen dat bij je past. Dat laatste is goedkoper, maar je krijgt minder snel een uitkering.
Hoe lang en hoeveel? De uitkering loopt tot je AOW-leeftijd of korter, bijvoorbeeld 5 of 10 jaar. Korter is goedkoper. Meestal kun je maximaal 80% van je inkomen verzekeren.
Wanneer keert een verzekeraar uit?
Ziek zijn is niet hetzelfde als een uitkering krijgen. Je moet je op tijd ziek melden en je wachttijd uitzitten, en de verzekeraar beoordeelt of je volgens je polis arbeidsongeschikt genoeg bent. Daarna moet je meewerken aan je herstel. Bij sommige oorzaken, zoals drugs- of alcoholmisbruik, kan de verzekeraar weigeren. Lees daarom bij het afsluiten niet alleen de premie, maar ook de voorwaarden.
Welke aanbieders?
Onderzoeksbureau MoneyView gaf in 2026 de AOV’s van a.s.r. en Movir vijf sterren voor de voorwaarden, en die van Allianz en Insify vijf sterren voor de premie. Vind je het belangrijk hoe je verzekeraar je premie belegt? Kijk dan bij de Eerlijke Verzekeringswijzer. In de laatste beoordeling (2024) waren Achmea (onder meer Centraal Beheer en Interpolis) en a.s.r. de koplopers.
Dit is geen aanbeveling: wat bij jou past, hangt af van je situatie. Neem er de tijd voor, en vraag eventueel een onafhankelijk adviseur om mee te kijken.
Kom je net uit loondienst?
Dan kun je je binnen 13 weken nadat je verzekering via je werk is gestopt, vrijwillig verzekeren bij UWV. Er is geen keuring en UWV moet je accepteren, ook met gezondheidsklachten. Goedkoop is het niet altijd, dus vergelijk het met een gewone AOV.
Is een AOV altijd slim?
Niet per se. Verdien je rond het sociaal minimum en heb je geen partner met inkomen, geen spaargeld en geen koophuis? Dan vult de bijstand bij ziekte aan tot ongeveer hetzelfde bedrag, en levert een dure AOV je weinig extra op.
Heb je wel een partner met inkomen, een koophuis met overwaarde of vaste lasten die doorlopen, dan kan een AOV het verschil maken.
Scenario 3: Je sluit je aan bij een broodfonds
Een broodfonds is geen verzekering, maar een groep van 20 tot 50 ondernemers die elkaar bij ziekte financieel steunen. Iedereen zet elke maand een vast bedrag opzij op een eigen broodfondsrekening. Word je ziek, dan krijg je na een maand eigen risico van alle andere leden een kleine schenking. Samen vormen die een maandinkomen tussen € 750 en € 2.500 netto, afhankelijk van wat je inlegt, voor maximaal twee jaar. Wat je niet aan anderen schenkt, blijft van jou: stop je met het broodfonds, dan neem je je overgebleven saldo mee.
Waar kun je rekening mee houden?
Geen keuring, wel een kennismaking. Je maakt kennis met de groep, en ieder lid mag een veto uitspreken. Toelating en inleg hangen niet af van je gezondheid. Daardoor is een broodfonds ook toegankelijk voor wie bij een verzekeraar niet terechtkan.
Vertrouwen en openheid. Er is geen arts die controleert of je echt ziek bent. Daar staat tegenover dat je moet delen wat er aan de hand is. De leden kennen elkaar en komen regelmatig samen.
Een minimum inkomen. Je inkomen uit je onderneming moet gemiddeld minimaal € 750 netto per maand zijn.
Kosten. Naast je inleg betaal je eenmalig € 225 inschrijfkosten en € 10 per maand contributie.
Maximaal twee jaar. Ben je langer ziek, dan val je terug op een AOV (als je die hebt) of de bijstand. Daarom combineren steeds meer ondernemers een broodfonds met een AOV met een wachttijd van twee jaar. Die is een stuk goedkoper, en samen dekken ze zowel de eerste twee jaar als daarna.
Let op: een broodfonds telt straks niet mee voor de verplichte AOV. Als die er komt, kun je je met een broodfonds niet afmelden. Een broodfonds kan dan wel helpen om de wachttijd van twee jaar te overbruggen.
Meer weten over hoe een broodfonds werkt? Lees de uitleg van de KVK of ZZP Nederland.
Er zijn in Nijmegen en omstreken verschillende broodfondsen actief die op zoek zijn naar leden:
Brood op de plank
Breekbrood
de Bakkerij
Keizerbrood
Altijd brood
Vasim
Broodje Spee
Meer informatie en data van informatieavonden vind je op broodfonds.nl.
Vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel?
We kijken graag met je mee. Mail naar communicatie@impact024.nl en we helpen je op weg. Of ontmoet andere impactmakers tijdens een van onze bijeenkomsten.
Dit artikel geeft algemene informatie, geen persoonlijk financieel advies. De bedragen gelden voor de tweede helft van 2026, en het wetsvoorstel voor de verplichte AOV kan nog veranderen.
Laatst bijgewerkt: 2 november 2026